Eén van de grote verschillen tussen de Westerse geneeskunde en de Ayurvedische filosofie ligt hem in de holistische benadering van de mens. Fysieke, geestelijke en spirituele aspecten, krijgen aan de hand van inzichten een dimensie toebedeeld, die de hele kennis van het leven implementeert. Kwaliteiten, eigenschappen, gesteldheden en omgevingsfactoren worden binnen de Ayurveda omschreven. 

De kennis omtrent guna's, dosha's, dhatu's, prakruti en vikruti vormen dan ook de basis voor een gezond, gelukkig en lang leven volgens de Ayurveda :

Prakruthi en Vikruti

Volgens Ayurveda is prakruthi de lichamelijke en geestelijke  gesteldheid van een persoon (=staat bij conceptie) en vikruti de toestand of gesteldheid van de persoon in onevenwicht is (=feitelijke staat), wat uiteindelijk tot ziekte leidt.

Prakruthi is het aangeboren karakter, lichamelijke gesteldheid of situatie van een persoon. Het is term uit het sanskriet die letterlijk 'natuur' of 'fundamentele eigenschap' betekent. Prakruti is aanwezig  in het individu op het moment van de conceptie en blijft behouden voor de rest van zijn leven. Je zou het kunnen omschrijven als het grondplan van elk individu.

Het inzicht over prakruthi helpt bij het bepalen van de ideale, preventieve levensstijl en therapeutische behandeling van elk individu. Het is de toestand die dient nagestreefd te worden tijdens je leven.

De gesteldheid van een persoon wordt binnen de Ayurveda uitgedrukt in dosha’s. Het is de uitdrukking van prakruti zoals die zich aandient bij een persoon. Je kan zeggen dat deze waarneming wordt bepaald door de eigenschappen (of guna’s) van een persoon en zijn kenmerken. Deze worden Vata, Pitta en Kapha genoemd. Afhankelijk van het overwicht van één van de drie of de combinatie van twee of drie van deze dosha’s, herkennen we dus 7 constituties. Het vaststellen van deze constitutie (zie bij voedingsleer & gezondheidsleer) kan gebeuren ahv. observatie (zintuigelijk), bevraging (inzicht) en polsdiagnose (intuïtie). De constitutie is aldus een zeer individueel gegeven dat bij blootstelling aan soortgelijke situaties andere reacties zal geven bij iedereen.

De verandering van prakriti door blootstelling aan verschillende situaties geeft uiteindelijk een andere samenstelling van de verhoudingen tussen de verschillende dosha’s. Deze toestand of gesteldheid noemt men Vikruti.

Vikruti is een abnormale toestand, weg van de oorspronkelijke prakriti, een verstoring van de dosha’s dewelke uiteindelijk tot ziekte leidt. Vikruti zou men kunnen herleiden  tot een verstoring van de dosha’s in hun oorspronkelijke staat, dit zou echter de werkelijkheid te kort doen. Om tot een normale regulatie van de dosha’s te komen dient men te kijken naar de mogelijke oorzaken van de verstoring. Er kan een aantasting van de dhatu’s ontstaan oiv. de doshaverstoring (=dushyas), de omgeving kan een persoon kan verstoord zijn (=tesla), de seizoenen (=kala) spelen een rol of het onaangepast zijn aan de seizoenen. Ook de innerlijke kracht (=bala) van de persoon zal een bepalende rol spelen in Vikruti.

Kortom elke vorm van afwijking van Prakruti naar Vikruti in het lichaam kan leiden tot complicaties in de normale regulatie van lichaamsfuncties en dus leiden tot ernstige complicaties of ziekten. Het spreekt dan ook voor zich dat Vikruti in zoveel gedaanten kan voorkomen dat enkel een gedegen onderzoek uitsluitsel kan brengen.

Guna's

Guna (Sanskriet: गुण) betekent 'streng' of 'een enkele draad van een koord of touw'.

In meer abstracte betekenis, kan men het interpreteren als een onderverdeling, species, soort, kwaliteit, of een praktisch principe, uitwerking of neiging. Concreet komt het er op neer dat men spreekt van kwaliteiten van alles wat zich vanuit Prakriti aandient. Voedsel, kruiden, lichaamsenergieën, pharmacologische werkingen, maar ook psychologische eigenschappen, alles wordt beschreven in termen van kwaliteiten.

Eén van de vele indelingen, omschrijvingen in het algemeen (bijv. Mahabharata, Bhagavata Purana, enz.) is de term voor de vijf elementen (mahabhutas), evenals de vijf zintuigen, en vijf bijbehorende lichaamsdelen:

Akasha (ruimte), in verband met de guṇa Sabda ("geluid") en met het oor.

Vayu (lucht), in verband met de guṇa sparsa ("voelen") en met de huid.

Tejas of Agni (vuur), in verband met de guṇa rūpa ("verschijning", en dus kleur en tastbaarheid) en met het oog.

Apas of Jalam (water), verbonden met de guṇa rasa ("smaak", en dus ook smaak en tastbaarheid, als vorm) en de tong.

Prithivi (aarde), in verband met alle voorgaande guna’s evenals de guṇa gandha ("ruiken") en met de neus.

Naast de guna’s volgens de Samkya-filosofie wordt er in de Ayurveda veel gewerkt met Vaisheika guna’s (Gurvadi). Deze indeling van 10 paren van kwaliteiten, veelal gebruikt door zowel Characa als Sushruta, biedt het voordeel zowel materie, dus voeding en kruiden, (energetisch) te gaan omschrijven, alsook kwaliteiten gerelateerd aan dosha’s, subdosha’s en ziekte. De 10 tegengestelde kwaliteiten kunnen altijd gebruikt worden, in de diagnose, intuïtie, bij het beoordelen van voeding, van dosha's, .... uitermate belangrijk dus !

Gurvadi guna's

Gurvadi guna’s

De 20 kwaliteiten : Vaiśeṣikha guna’s

sita : koud usna : warm 
snigdha : slijmerig ruksha : droog
sukshma : fijn, subtiel sthula : dik, grof
khara : ruw slakshna : glad 
picchala : troebel visada : helder
kathina : hard mrdu : zacht
sthira : stabiel, vast sara : mobiel, snel
thiksna : snel manda : traag
drava : vloeibaar, dun sandra : visceus, dicht
guru : zwaar laghu : licht

Het betreft 10 paren van kwaliteiten. Tegengesteld aan elkaar en terug te vinden in alles wat met Ayurveda heeft te maken. Deze indeling van 10 paren van kwaliteiten, veelal gebruikt door zowel Characa als Sushruta, biedt het voordeel zowel materie, dus voeding en kruiden, (energetisch) te gaan omschrijven, alsook kwaliteiten gerelateerd aan dosha’s, subdosha’s en ziekte. Deze kwaliteiten kunnen altijd gebruikt worden, in de diagnose, intuïtie, bij het beoordelen van voeding, van dosha's, .... uitermate belangrijk dus !

Guna's Samkya filosofie

Guna’s volgens de Samkya-filosofie :

  1. Rajas :
  2. Sattva :
  3. Tamas :

Ook wel eens de tri-guna verdeling genoemd. Guna is de tendens, niet de actie zelf. Zo is de Sattvische kwaliteit de tendens naar zuiverheid, maar is zelf niet de zuiverheid. Evenzo is de rajastieke kwaliteit die kracht die de neiging heeft om actie te maken, maar is niet actie zelf. Tamas is dan weer de kwaliteit die controle en regeling zal beïnvloeden maar is niet de controle of regeling zelf.

Elk van de drie guna's is altijd gelijktijdig aanwezig in elk deeltje van de schepping, maar in gevarieerde vorm en evenwicht. Uiteindelijk manifesteren zich deze variaties in de oneindige verscheidenheid van de schepping in materie, lichaam en geest zoals die zich bij ons aandient en zoals wij deze waarnemen.

Guna's Nyaya filosofie

Guna’s volgens Nyaya filosofie :

zijn 24 guna’s, hier opgesomde eigenschappen of kenmerken van al wat bestaat, waaronder :

Sabda : geluid (oren)

Sparsa : voelen (huid)

Rūpa : beeld en kleur (ogen)

Rasa : smaak (tong)

Gandha : geur (neus)

Parimāṇa : hoeveelheid, maat.

Pṛthaktva : dimensie.

Samyoga: onderscheidbaarheid

Vibhāga:. combinatie of deel

Paratva: disjunctie

Aparatva: de grote afstand, verwijderd van

Gurutva: nabijheid

Dravatva: zwaartekracht

Sneha: vloeibaarheid,  viscositeit

Sabda: geluid

Buddhi / jñāna:.. verlichting / weten

Sukha: plezier

Duhksha:.. pijn

Icchā:. verlangen

Dveṣa: afkeer

Prayatna: inspanning, wilskracht

Dharma: verdienste of deugd

Adharma: niet overeenstemmend, verkeerd

Samskara: de zelf-reproductieve kwaliteit en zuivering

Atma guna's

De 8 Atma guna’s :

Hierbij gaat het over zielskwaliteiten :

  1. Daya of liefde en mededogen voor alle wezens,
  2. Ksanti of verdraagzaamheid,
  3. Anasuya of afwezigheid of de vrijheid van afgunst,
  4. Sauca of de zuiverheid van lichaam, denken en handelen,
  5. Anāyāsa of afwezigheid van pijnlijke inspanningen die ontstaan ​​als gevolg van ambitie en hebzucht,
  6. Maṅgala of bezitten opgewektheid, lichtheid en voorspoed,
  7. Akārpaṇya of om genereus en waardig en zichzelf niet vernederend
  8. Aspṛha of afwezigheid van schreeuwen na ongewenstheden.

Dosha's

doshas

In de Ayurveda zijn dosha’s  de functionele intelligenties in het lichaam - geest geheel. Dit onderschrijft ook de holistische visie van Ayurveda. Deze dynamische energieën manifesteren zich in het lichaam door hun kwaliteiten (guna’s), specifieke plaatsen (dhatu’s), en de actieve rol die zij spelen in het orkestreren van de processen die het lichaam creëren en behouden.

Met andere woorden, zij zijn de energieën die dingen laten gebeuren in het organisme. Uiteindelijk, komt elk aspect met betrekking tot metabolische functie en haar relatie tot gezondheid en ziekte neer op het harmonieuze zijn van deze dosha's. Zowel de feitelijke alsook de constitutionele verhoudingen van deze dosha’s dienen nagestreeft te worden.

De Ayurvedische wetenschap en zijn diepgaande kennis van alle systemen en functies van het lichaam (van de grofste de meest subtiele aspecten, zoals op celniveau), meerbepaald het inzicht over onevenwichtige dosha’s die tot ziekteprocessen leiden, vormen de basis voor een veranderd begeleidingsproces. Daarom stimuleert de Ayurveda in de eerste plaats de  preventie van onbalans en het herstel van de dosha's via een natuurlijke weg.

Ayurvedische voedings- en levenswijze, Ayurvedische kruiden, dinacharya of dagelijkse routines, yoga en meditatie praktijken aangepast aan de unieke samenstelling van het individu vormen de leidraad in dit proces.

Je kan deze dosha’s indelen volgens hun energetische aspecten* :

VATA - De energie van de beweging

PITTA - De energie van de spijsvertering en de stofwisseling

KAPHA - De energie van smering en structuur

(*) deze energetische aspecten zijn veelal gekenmerkt door hun kwaliteiten (guna’s)

In het hoofdstuk voedingsleer, gaan we dieper in op de veruitwendiging van deze dosha's in fysieke kwaliteiten van elk individu. In het hoofdstuk gezondheidsleer gaan we dieper in op de 15 subdosha's en hun fysieke veruitwendiging als ziekte bij elk individu.

Vata

VATA - De energie van de beweging

Vata is het principe van de mobiliteit. Alle activiteiten in het lichaam worden erdoor geregeld.

Of het je gedachten zijn of hoe efficiënt je voedsel  door je darmen gaat. Vata is er verantwoordelijk voor. De pulsatie van het hart, je ademhalingsbeweging, circulatie van de bleodsomloop en de eliminatie van reststoffen (mala’s). Maar Vata is ook verantwoordelijk voor vreugde, geluk, creativiteit en spraak (zie hoofdstuk subdosha’s). Vata vertegenwoordigt ook het vitale leven, de essentie, ook prana genoemd. Dus wanneer vata (prana) het lichaam verlaat,  houdt het leven op.

De dikke darm is de belangrijkste zetel van de vata dosha.

Vata is ook aanwezig in het zenuwstelsel onder de vorm van neuronale impulsen; in de oren; in de bekkenholtes, onderrug, heiligbeen en dijen; en in de gewrichten en de huid. Wanneer vata wordt verhoogd, kunnen er tekenen en symptomen ontstaan, verbonden aan deze locaties.

Vata heeft de kwaliteiten of eigenschappen (zie ghuna’s) van droogte, lichtheid, koude, het ruwe, subtiele, mobiele (onregelmatige), en duidelijke . Deze kwaliteiten komen tot uiting bij het  vata-type.(zie voedingsleer). Je vindt dan ook Vayu en Akasha (ether en lucht) terug, kenmerkende mahabutha’s voor deze dosha.

Pitta

PITTADe energie van de transformatie, spijsvertering en de stofwisseling

Pitta vertegenwoordigt het vuur-principe in het lichaam. Alles wat het lichaam binnenkomt moet worden verteerd, verwerkt of "gekookt," van zintuiglijke waarneming tot voeding.

Naast de maag (dunne darm) waar het vuur als verteringssappen gekend zijn, spelen ook enzymen en aminozuren een belangrijke rol in de stofwisseling. De neurotransmitters en neuropeptiden zijn betrokken bij de transformatie. Pitta verleent het lichaam warmte maar ook  vitaliteit en het vermogen om te leren en te begrijpen.

De zetel van Pitta is de dunne darm.

Pitta is heet, scherp, licht, (olieachtige) vloeibaar en verspreidend (guna’s). Deze kwaliteiten komen tot uiting in het pitta-type (zie voedingsleer).  Je vindt dan ook vooral Agni (=vuur) en een beetje Jala (=”water” in olie-achtige vorm) terug in deze dosha, kenmerkende mahabutha’s voor deze Pitta dosha.

Kapha

KAPHA - De energie van smering en structuur 

Aarde en Water geven kapha zijn definitieve eigenschappen.  

Kapha omvat alle cellen, weefsels en organen. De structuren van je lichaam, maar ook de massa, volume, inhoud. Smering van gewrichten en organen, de sterkte van spieren en botten alsook de cellulaire afscheidingen zijn fysieke uitingen van de Kapha energie. Ook het geheugen , maakt deel uit van de kapaha functie's.

De zetel van Kapha is de maag.

Kapha is zwaar, traag, koel, vettig, vloeibaar, hard, glad, dicht, zacht, statisch , viskeus en troebel. Het is wit-doorzichtig van kleur en heeft eerder een zoete en zoute smaak. Je vindt dan ook Jala (=water) en Prithvi (=aarde) als belangrijste elementen terug in deze kapha dosha.

Dhatu's

De dhatu’s vormen de basisstructuur van het lichaam waardoor een aantal specifieke acties kunnen worden uitgevoerd. Ayurveda onderscheidt zeven dhatu’s. Zijn er verstoringen in de dhatu's uit zich dit als ziek zijn.

Zolang  dhatu’s (= Ayurvedische benaming voor weefselsoorten) gezond zijn en goed functioneren, er zich geen afval (=ama) ophoopt en de uitwisseling van afval- en voedingsstoffen maximaal beheerd blijft, ervaart men maximale tevredenheid en een gevoel van welzijn. Kortom is men gezond.

Worden de dhatu’s onvoldoende of verkeerd gevoed, ontstaat functieverlies en ontevredenheid. Vertering en assimilatie zijn essentieel voor het welbevinden van alle dhatu’s en dosha’s. Het fysieke functioneren van de dhatu’s heeft zijn weerslag op het psychisch functioneren. Een verstoring van de dhatu’s resulteert in psychisch onbehagen maar ook omgekeerd. Onjuiste “emotionele” voeding zal de werking van dhatu’s verstoren.

Dhatu’s worden gevormd uit de dhatu onmiddellijk voorafgaand aan de vorige dhatu. De upadhatu (secundaire weefsel) wordt eveneens gevoed door zijn bijhorende dhatu. Daarnaast heeft elke dhatu zijn specifieke mala (afvalstoffen). Dat laatste is niet onbelangrijk bij de diagnose van het niveau van ziekte en de afwijkende dosha’s of doshaverstoringen. Immers wijzen afwijkingen in de mala’s (restproducten) op het niveau van dhatu, waar de verwerking van de energieën zijn verstoord. In de Ayurvedische diagnose kunnen ook de kwaliteit van de secundaire weefsels en bijproducten (kitta's) een beeld schetsen van de toestand van de gezondheid.

De 7 dhatu's zijn :

1. Rasa

Plasma - Rasa

1. Vloeistoffen en weefselvloeistoffen: waaronder chylus (de melkachtige vloeistof die aanwezig is in het lymfestelsel na digestie van een maaltijd in de buikholte), lymfe, bloed en plasma.

2. Bijhorend secundair weefsels (upadhatu): moedermelk en menstruatiebloed.

3. Bijproduct (kitta): slijm.

4. Functie: voedend.(Prinana)

2. Rakta

Bloed - Rakta

1. Rode bloedcellen.

2. Bijhorend secundair weefsels (upadhatu): bloedvaten en pezen.

3. Bijproduct (kitta): gal

4. Functie : levensbehoud of leven gevend (=Jivana)

3. Mamsa

Spieren - Mamsa

1. Skeletspieren.

2. Bijhorend secundair weefsel (upadhatu) : ligamenten en huid.

3. Bijproduct (kitta): ophopingen in lichaamsopeningen zoals oorsmeer, snot, navelpluis, enz.

4. Functie : "omringen" van het skelet. (Lepana)

4. Medha

Vet - Medha

1. Vetweefsel in de ledematen en romp.

2. Bijhorend secundair weefsel (upadhatu) : omentum (darmvlies)

3. Afval product (mala):  zweet.

4. Functie : smering (Snehana)

5. Asthi

Bot - Asthi

1. Alle botten.

2. Bijhorend secundair weefsel (upadhatu) : de tanden.

3. Bijproduct (kitta):  lichaamsbeharing, baard en nagels

4. Functie : ondersteuning. (Dharana)

6. Majja

Merg - Majja

1. Alles in een bot: rood en geel beenmerg en de hersenen en het ruggenmerg, die geheel worden ingekapseld in het bot.

2. Bijhorend secundair weefsel (upadhatu) : hoofdhaar.

3. Bijproduct (kitta):  tranen

4. Functie : "vulling" van de botten. (Purana)

7. Shukra

Hormonale - Shukra

1. Mannelijke en vrouwelijke seksuele vloeistoffen, hormonen

2. Bijhorend secundair weefsel (product)(upadhatu): Ojas, de vloeistof die aura (uitstraling) en immuniteit controleert.

3. Afval product (mala):  geen

4. Functie : Leven (Ayus), reproductie (Garbhotpatti) en immuniteit

De volgorde van deze dhatu’s is belangrijk in functie van de bio-energetische overdracht :

De dathu’s voeden elkaar in volgende lijn. De behoefte van  en de voedingstoestand van de op één volgende dhatu’s vormen een metabole route. Is er één slecht gevoed, zullen de onderliggende dhatu’s eveneens onvolkomen energetisch gevoed worden. Weefselvorming en weefslefunctionaliteit zijn van drie mechanismen afhankelijk :

  1. Een dhatu zal een volgende voeden door er in aanwezig te zijn. (bv. Rasa en Racta dhatu)
  2. Een dhatu zal een volgende voeden door erin te vloeien, zoals een beek in een veld.
  3. Een dhatu zal een volgende voeden door signalen te ontvangen, dat kan enzymatisch of hormonaal zijn en is te vergelijken met het pikken van zaad door vogels op een veld.

Het is dus van essentieel belang dat de eerste dhatu goed gevoed kan worden (zie voedingsleer) opdat alle andere dhatu’s gezond zouden blijven.

Agni

Agni betekent letterlijk vuur. Het is net dat vuur dat er voor zorgt dat de levensnoodzakelijke elementen en energieën enerzijds vrij komen, anderzijds daar komen waar ze noodzakelijker wijs dienen te raken. In de Ayurveda onderscheiden we 13 vuren :

1. Jatharagni : spijsverteringsvuur (zie voedingsleer), aantal 1

2. Butha-agni : levervuur dat in staat voor de 5 elementen (zie gezondheidsleer), aantal 5

3. Dhatvagni : de 7 dhatu's transformeren eveneens, aantal 7 

Ingenomen voedsel wordt verteerd, geabsorbeerd en geassimileerd, onvermijdelijk voor de instandhouding van het leven. De 13 vuren spelen hierin een cruciale rol.

Upasthambha

Volgens Characa bestaat het leven uit drie pijlers. Pijlers die onvermijdelijk zijn om een gelukkig en gezond leven te leiden :

  • ahara : voeding en dieet
  • nidra : slaap
  • brahmacharya : spirituele (bewust-)zijn

gember

 


De gegevens op deze site zijn zuiver van informatieve aard en pas bruikbaar na een diagnose door een deskundig geneeskundige, therapeut of voedingsdeskundige. Raadpleeg eerst een deskundige en sla nooit professioneel advies in de wind.

© Open Instituut voor Ayurveda

Kruid van de maand

Jasmijn - Jasminum grandiflorum

jasmijn

Thema van de maand

Gandusha - oilpullen

Gandusha

 

Dossier van de maand

Aften - Mukha paka

Mukhapaka